op advies van:
David Deprez (artistiek directeur Lumière):
UN PROPHÈTE nu al bombarderen tot film van het jaar is misschien wat overdreven, maar van alle adrenaline opwekkende gevangenisdrama’s is UN PROPHÈTE de beste. In minder beschaafde
filmhuisbladen zou men dit een motherf***** van een film noemen, maar hier wil ik het houden bij een stevige aanrader voor liefhebbers van pakweg GOMORRA en LA HAINE. Wij waren in ieder geval zo onder de indruk dat we regisseur Jacques Audiard eren met een miniretrospectief. Mis het niet.
Mark Vluggen (hoofdredacteur Lumière Magazine):
Het semi-autobiografische J’AI TUÉ MA MÈRE - over de turbulente relatie tussen een alleenstaande moeder en haar homoseksuele tienerzoon - heeft alles wat debuutfilms soms zo mooi kan maken. Xavier Dolan was nog een tiener toen hij de film maakte. Hij heeft geen filmopleiding gevolgd, maar was zo overtuigd van zijn eigen talent dat hij zijn debuutfilm produceerde, het scenario schreef, zijn spaarpot stuksloeg om de film te financieren en zelf de hoofdrol vertolkte. J’AI TUÉ MA MÈRE is een onstuimige film van een regisseur die het rempedaal - gelukkig - nog niet weet te vinden. Schaamteloos narcistisch, soms bespottelijk pretentieus, maar bovenal vreselijk brutaal, grappig en geestig. Zo zouden alle debuutfilms moeten zijn.
op advies van
un prophète 5de week
De Frans-Arabische Malik El Djebena komt als negentienjarige de gevangenis binnen. Lezen of schrijven kan hij niet en hij lijkt jonger en kwetsbaarder dan de andere gevangenen. Al snel leert hij dat het gevangenisleven aan een strikte hiërarchie is onderworpen, met diverse etnisch gekleurde clans die elkaar naar het leven staan. Aan de top van de voedselketen staat de psychopathische Cesar Luciani, het hoofd van de Corsicaanse bende. De onervaren Malik is een gemakkelijk doelwit voor Cesar, die hem dan ook meteen opzadelt met een klus. Malik dient een andere Arabische gevangene van kant te maken. Zo niet, dan zijn zijn dagen geteld. »
j’ai tué ma mère vanaf 15 april
Humoristische festivalhit over de haat-liefdeverhouding tussen een alleenstaande moeder en haar zelfingenomen tienerzoon. De vroegrijpe Hubert heeft een bloedhekel aan zijn moeder Chantale. Hun gezamenlijk leven is verworden tot een verbale strijd op leven en dood, waarin moeder en zoon elkaar proberen te raken waar het pijn doet. ‘Vroeger konden we toch met elkaar praten’, stamelt Chantale. ‘Toen was ik vier jaar oud en had ik niemand anders’, riposteert Hubert. »